PAY-OFF

Crowdfunding

In maart 2016 heeft de AFM in samenwerking met 5 crowdfundingsplatformen consumentenonderzoek uitgevoerd onder ruim 800 investeerders in crowfunding.

Tussen de investeerders blijkt sprake van aanzienlijke verschillen, o.a. in de mate waarin spreiding wordt aangebracht.
De AFM onderscheidt 4 typen investeerders:
-feel-good investeerders die maatschappelijk willen bijdragen
-ervaren beleggende rendementszoekers die een alternatief zoeken voor regulier sparen of beleggen
-niet-beleggende rendementszoekers zonder veel eigen beleggingservaring
-grootinvesteerders

De toezichthouder gaat met de sector in gesprek over het begrip van de risico’s van crowdfunding en het investeren van een verantwoord deel van het vermogen. Daarnaast geeft de AFM aan extra te zullen toezien op de kwaliteit van de risicobeoordeling die de platformen geven aan de projecten.  Veel respondenten vinden deze informatie belangrijk bij het nemen van een investeringsbeslissing.
Van de respondenten beoordeelt 39% het risico van investeren in crowdfundingsprojecten als zeer klein of klein, 35% als gemiddeld en 24% als groot of zeer groot.

Op 1 april 2016 zijn door de AFM nieuwe voorschriften voor crowdfundingplatforms ingevoerd. Het betreft een pilot, waarvan in oktober 2016 en april 2017 een evaluatie zal plaatsvinden.
Die nieuwe voorschriften zijn:
-Verhoging investeringsgrenzen
-Crowdfunding investeerderstoets voor consumenten (vaststellen of crowdfunding past bij consument en consument wijzen op de risico’s)
-Actief bevestigen of mogelijkheid ontbinden

Op 9 juni 2016 hebben toezichthouders AFM en DNB een discussiedocument gepresenteerd met de titel: ‘Meer ruimte voor innovatie’. In dit document benadrukken de toezichthouders het belang van innovatie voor de economie.  Om innovatie meer ruimte te bieden,  hebben AFM en DNB een aantal gezamenlijke acties ondernomen. Zo wordt actief de dialoog gezocht met marktpartijen, toezichthouders en regelgevers. Voor marktpartijen introduceren AFM en DNB een zogenaamde ‘InnovatieHub’. Deze hub moet  ‘positieve bijdragen van innovatie aan de financiële sector accommoderen’. Voornaamste doel is om ondersteuning te bieden bij vragen over regelgeving en beleid. Ook beoogt de Innovatiehub de toegang tot de toezichthouder eenvoudiger te maken, een centrale vindplaats te zijn en de coördinatie en onderlinge samenwerking op het gebied van innovatie te intensiveren.

Om de toetreding  tot de markt voor innovatiediensten te vergemakkelijken, hebben de toezichthouders 3 opties geformuleerd, waaronder een zogenaamde ‘Regulatory Sandbox’, een gecontroleerde omgeving voor het testen van financiële producten en diensten. In Groot- Brittannië is men al gestart met een dergelijke proeftuin. De Nederlandse toezichthouders volgen deze ontwikkelingen op de voet. Een andere optie is een vergunning onder voorwaarden, met als voordeel dat een ondernemer al in een vroeg stadium met zijn werkzaamheden kan beginnen. Het discussiedocument en de Innovatiehub zijn via de websites van de AFM en DNB te raadplegen.

In haar wetgevingsbrief van 27 juni 2016 vraagt de AFM de Minister van Financiën ‘te overwegen om in de Wft voor crowdfunding algemene vereisten op te nemen’. In een reactie geeft de Minister aan dat een specifiek wettelijk kader voor crowdfunding  (op termijn) wenselijk kan zijn. Een dergelijk kader zal volgens hem wel ‘de ontwikkeling van crowdfunding moeten ondersteunen en proportioneel zijn’.

In haar activiteitenkalander 2017 heeft de AFM aangegeven o.a. te willen “bijdragen aan een verdere duurzame professionalisering van de crowdfundingsector in Nederland”. Hiertoe zal de AFM “toezien op de naleving van de nieuwe voorschriften en die werking evalueren”. Ook wil de AFM “sturen op meer transparantie op de platforms” en “de ontwikkelingen op het gebied van secundaire verhandeling van crowdfunding-leningen nauwgezet volgen en begeleiden waar nodig”.

Op 25 juli 2017 heeft de AFM de Evaluatie crowdfundingplatformen gepubliceerd. Uit de evaluatie zijn bepaalde risico’s naar voren gekomen die voor de AFM aanleiding vormen om de voorschriften op punten aan te passen. Zo bleek o.a. dat de gemiddelde tijd waarin investeerders in een project konden instappen (onder druk van schaarste) is gedaald naar enkele uren en dat veel investeerders meer in crowdfunding investeren dan het geadviseerde maximum van 10% van het vrij belegbare vermogen. Alle projectinformatie moet nu 48 uur vooraf aan openstelling van de inschrijving voor alle investeerders op het platform zichtbaar zijn en de AFM verwacht meer inspanningen van de sector om te waarborgen dat investeerders zich vaker aan het geadviseerde maximum van 10% houden. Ook heeft de AFM gesignaleerd dat platformen geen of onvoldoende inzicht geven in wanbetalingen en dat projecten pas na 365 dagen worden afgeboekt, terwijl dit volgens de AFM al na 90 dagen zou moeten gebeuren. In het najaar van 2017 worden de resultaten van een uitgebreider onderzoek naar transparantie over wanbetalingen verwacht.
De AFM heeft het volgende kabinet opgeroepen om direct aan de slag te gaan met nieuwe wetgeving voor crowdfunding.

Op 24 november 2017 heeft de VFN gereageerd op de consultatie crowdfunding. Sinds 2014 is het voor peer-to-peer platforms en crowdfunders mogelijk om lid te worden van de VFN. De VFN vindt het van belang om een actieve rol te spelen bij de ontwikkeling van nieuwe financieringsvormen, en de bijbehorende wet- en regelgeving. In haar reactie gaat de VFN o.a. in op het ex ante opstellen van een exitplan. Volgens de VFN zouden afspraken kunnen worden gemaakt met een back-up servicer, die de uitvoerende werkzaamheden van het platform overneemt in geval van het staken van activiteiten (faillissement). Het doel van een exitplan zou daarnaast ook moeten zijn dat het platform zorgt voor een gezonde financiële huishouding tijdens het exit-proces, zodat er voldoende fondsen aanwezig zijn tijdens de afwikkeling met alle stakeholders. Voor het tegengaan van de risico’s op witwassen en financiering van terrorisme verwijst de VFN in haar reactie naar de KYC en CDD eisen uit de vierde anti-witwasrichtlijn. Als informatie over crowdfundingplatformen die minimaal beschikbaar zou moeten zijn voor geldgevers en geldvragers, noemt de VFN: kosten die een platform in rekening brengt, werkzaamheden die een platform uitvoert, de gevolgen voor de lening als een platform zijn werkzaamheden staakt en informatie over wanbetalingen. Op de vraag of consumenten die via crowdfunding geld lenen dezelfde beschermingen zouden moeten hebben als consumenten die via traditionele kanalen geld lenen, antwoordt de VFN bevestigend. Voor het bieden van deze bescherming verwijst de VFN naar de VFN-gedragscode. De VFN is bovendien van mening dat als de platformen zich aan de gedragscode houden de risico’s voor zowel de geldvrager als de geldgever niet groter hoeven te zijn dan bij kredietverstrekkers door banken of financieringsmaatschappijen.
Klik hier om naar de consultatie te gaan en hier om de integrale reactie van de VFN te bekijken.

Op 26 april 2018 heeft de AFM de resultaten gepubliceerd van het onderzoek dat in het 4e kwartaal is uitgevoerd naar de informatievoorziening op crowdfundingplatformen aangaande loan-based crowdfundingprojecten. De AFM concludeert in algemene zin dat deze informatievoorziening ‘niet toereikend’ is. De AFM is in het onderzoek ook platformen tegengekomen die (op onderdelen) voldoende informatie verstrekken. Op basis van deze good practices heeft de AFM 8 aanbevelingen gedaan. De AFM roept de sector op om deze aanbevelingen op te volgen en zal het Self-Assessement 2018 gebruiken om na te gaan of voldoende vooruitgang wordt geboekt in de informatievoorziening.
Klik hier om het bericht van de AFM te bekijken.

Op 28 februari heeft de AFM de resultaten gepubliceerd van de gedane evaluatie naar aanleiding van de bij 46 Crowdfundingplatforms afgenomen Self-Assessments. Op basis van deze gegevens concludeert de AFM dat de Crowdfundingplatforms hun informatievoorziening sterk hebben verbeterd.