PAY-OFF

Evaluatie provisieverbod

Het provisieverbod voor impactvolle of complexe financiële producten, dat vanaf 1 januari 2013 van kracht is, wordt volgens planning in 2017 geëvalueerd. Doel van het provisieverbod was een cultuurverandering van productgedreven verkoop naar klantgerichte advisering. Op 13 juni 2016 heeft de Minister aangegeven bij de evaluatie in te gaan op de totstandkoming van de cultuurverandering, de toegankelijkheid van advies voor de consument  en de effectiviteit van het dienstverleningsdocument. Voor de VFN is van belang dat consumptief krediet zijn uitzondering op het provisieverbod behoudt. De huidige provisieregelgeving bij consumptief krediet laat alleen een doorlopende provisie toe van aanbieder naar intermediair en alleen in die situaties dat de consument voldoet aan betalingsverplichtingen. Naar mening van de VFN zou het alternatief van een beloning van het intermediair bij het afsluiten van het product tot ongewenste prikkels kunnen leiden. In het huidige model zijn de belangen van consument, intermediair en aanbieder juist optimaal gewaarborgd.

Op 23 januari 2018 heeft Minister van Financiën Hoekstra de resultaten van de evaluatie van het provisieverbod naar de Kamer gestuurd. Doel van de evaluatie was om na te gaan of de doelstellingen van het provisieverbod zijn gehaald en om eventuele neveneffecten te inventariseren. Het provisieverbod voor complexe producten werd ingevoerd in 2013 en diende te voorkomen dat dienstverleners zich bij het aanraden van een product lieten leiden door de provisie die zij van de aanbieders ontvingen. Sindsdien ontvangen financiële dienstverleners geen provisie meer voor advies of bemiddeling en moeten consumenten rechtstreeks voor advies betalen. Het verbod moet bijdragen aan een cultuurverandering in de financiële sector, waarbij de nadruk op klantgerichte advisering komt te liggen. Bij de invoering van het provisieverbod waren er zorgen over de gevolgen voor de toegankelijkheid van advies voor consumenten. Een ander aandachtspunt was het gelijke speelveld tussen bemiddelaars en aanbieders. Om dit te waarborgen, werd flankerend beleid ingevoerd, waaronder de introductie van het standaard dienstverleningsdocument. Consumptief krediet is uitgezonderd van het provisieverbod. Deze uitzondering volgde op het verbod om de consument rechtstreeks een vergoeding in rekening te brengen om hit-and-run praktijken in de consumptief krediet markt te bestrijden. Voor consumptief krediet geldt juist een provisiegebod, dat enkel een doorlopende provisie toestaat van aanbieder naar intermediair en alleen in die situaties waarin de consument voldoet aan zijn betalingsverplichtingen. De belangrijkste bevindingen van de evaluatie zijn:

  1. “Het provisieverbod is effectief”. De kwaliteit van het advies is verbeterd en adviseurs worden niet meer gestuurd door financiële prikkels vanuit de aanbieder.
  2. Advies blijft toegankelijk onder het provisieverbod, alhoewel de kosten voor advies worden onderschat. Consumenten blijken eerder bereid de kosten te betalen als de adviseurs de kans krijgen hun toegevoegde waarde uit te leggen.
  3. Consumenten laten zich bij het kiezen van een dienstverlener vooral leiden door advies van vrienden en bekenden en door informatie via internet. Dienstverleners en de verschillende vormen van dienstverlening worden vaak nauwelijks met elkaar vergeleken en consumenten zijn vaak niet goed op hoogte van de kwaliteit van de dienstverlening. Het dienstverleningsdocument speelt slechts een beperkte rol.

In de evaluatie wordt niet gewezen op wenselijkheid van heroverweging van de uitzondering voor consumptief krediet van het verbod. Minister van Financiën Hoekstra ziet in de evaluatie geen reden om het provisieverbod ter discussie te stellen. Wel lenen een aantal onderwerpen, zoals het faciliteren van vergelijking/passende keuzes door consumenten en de postcontractuele zorgplicht zich volgens hem voor mogelijke vervolgstappen. Deze onderwerpen zullen met betrokken partijen worden besproken. De Minister heeft aangekondigd de Kamer voor de zomer van 2018 middels een brief te informeren over de uitkomsten van die overleggen en eventuele concrete vervolgstappen.