Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft) en Besluit bekostiging financieel toezicht 2019

Voor het doorberekenen van toezichtkosten door de AFM en DNB geldt sinds 2013 de Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft). In de Wbft is vastgelegd hoe de kosten die de AFM en DNB maken, worden doorberekend aan onder toezicht staande instellingen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kosten voor eenmalige handelingen (vergunningverlening, bestuurderstoetsing, vvgb etc.), die onafhankelijk van draagkracht voor iedere partij gelijk zijn, en de heffing die een instelling ontvangt voor het doorlopend toezicht, waarbij is bepaald welk percentage ‘categorieën van instellingen’ jaarlijks bijdragen aan de totale kosten van de toezichthouders. Omdat de procentuele aandelen van de ‘categorieën van instellingen’ vijfjaarlijks worden herzien en een wetswijziging nodig is om de aandelen aan te passen, is op 23 februari 2017 door het Ministerie van Financiën een stakeholderbijeenkomst over de Wbft georganiseerd. Een van de uitgangspunten hierbij was dat toezichtkosten 100% worden doorberekend aan de sector. Door de deelnemers is tijdens de bijeenkomst o.a. gewezen op de kostenfluctuaties en op het belang van voorspelbaarheid van de kosten. In de vervolgbijeenkomst op 22 juni zijn de stakeholders door Financiën geïnformeerd over de acties die Financiën is gestart. Het Ministerie is met de toezichthouders in overleg gegaan om de kostenfluctuaties en voorspelbaarheid meer met elkaar in lijn te krijgen, en om de toezichtkosten transparanter te maken. De Wbft is inflexibel gebleken; noodzakelijke wijzigingen moesten in de wet worden aangepast, hetgeen veel tijd vergt. De uitwerking van de doorberekening zal (in een volledig nieuwe wet) op lager regelniveau worden geregeld, waardoor aanpassingen eenvoudiger zijn. De nieuwe wet is op 5 juli ter consultatie voorgelegd en zal op 1 januari 2019 in werking treden.

Op 14 augustus 2017 heeft de VFN gereageerd op de Consultatie Herziening Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft). Om de Wbft flexibeler te maken wordt in de nieuwe opzet de uitwerking van de kostenvergoeding bij lagere regelgeving vastgesteld. Kosten voor éénmalige handelingen worden voortaan bij ministeriële regeling vastgesteld en de uitwerking van de verdeling van de kosten voor het doorlopend toezicht bij algemene maatregel van bestuur. Wat niet verandert is de systematiek van verrekening. Aan het eind van het jaar vindt een verrekening plaats tussen de begrote en gerealiseerde kosten d.m.v. het exploitatiesaldo. Boetes en dwangsommen tot € 2,5 mln. worden hierin meegenomen (handhavingskosten). Resterende inkomsten uit boetes en dwangsommen komen ten goede aan de Staat. De VFN onderschrijft het uitgangspunt van voorspelbaarheid en stabiliteit van de kosten van het toezicht. Voor de VFN is het tevens van belang dat de methodiek een bijdrage dient te leveren aan het bevorderen van efficiency. De VFN is voorts van mening dat het -gezien de volledige doorberekening-, niet voor de hand ligt om de opbrengsten uit boetes grotendeels aan de Staat ten goede te laten komen. Ook opbrengsten boven € 2,5 mln. zouden naar de mening van de VFN moeten worden aangewend om de toezichtkosten voor de sector te beperken. De VFN stelt daarom voor om de grens van € 2,5 mln. te verhogen of om in zijn geheel af te zien van een grens. Tot slot kan de VFN zich vanuit praktisch oogpunt vinden in het vaststellen van de kosten voor éénmalige handelingen bij ministeriële regeling en de uitwerking van de verdeling van de kosten voor het doorlopend toezicht bij algemene maatregel van bestuur.
Klik hier om de integrale reactie van de VFN te bekijken en hier om de consultatie te bekijken.

Op 9 maart 2018 heeft de VFN gereageerd op de consultatie Besluit bekostiging financieel toezicht 2019.
Met het Besluit wordt invulling gegeven aan de uitwerking van de verdeling van de kosten van het doorlopend toezicht over de verschillende toezichtcategorieën (o.b.v. volledige doorberekening aan de sector). Aan de hand van 3 factoren zijn door de AFM per categorie de toezichtinspanningen in kaart gebracht en heeft een nieuwe verdeling plaatsgevonden. Voor de toezichtcategorie aanbieders van krediet brengt de herverdeling een stijging van het percentage van 2,2% naar 4,8% met zich mee. De conclusie van de VFN luidt dat deze verdubbeling met name wordt veroorzaakt door de werkelijke toezichtkosten in de jaren 2014, 2015 en 2016 (de eerste factor). De keuzes (en kosten) die de AFM in deze jaren heeft gemaakt zijn volgens de VFN echter niet representatief voor de kosten die de komende jaren zullen worden gemaakt. De VFN ziet dan ook geen reden voor een procentuele verdubbeling van toezichtkosten voor aanbieders van krediet en acht deze (mede gezien het uitgangspunt van voorspelbaarheid en stabiliteit van kosten) onwenselijk.
Klik hier om de consultatie te bekijken en hier om de reactie van de VFN te bekijken.

Op 25 april is het Besluit bekostiging financieel toezicht gepubliceerd, de belangrijkste wijziging is de nieuwe verdeling van de kosten over de verschillende toezichtscategorieën. Deze verdeling zal elke 5 jaar worden bekeken en eventueel herzien. Bovendien moeten AFM en DNB inzichtelijk maken hoe zij tot de kosten voor doorlopend toezicht komen.