PAY-OFF

Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn en Uitvoeringsbesluit Wwft 2018

De implementatiewet brengt een aantal wijzigingen met zich mee die ook van toepassing zijn op kredietverleners. Zo zal als de wet van kracht wordt pas kunnen worden volstaan met een vereenvoudigd cliëntenonderzoek nadat door middel van een risicobeoordeling een laag risico is vastgesteld. Bij AMvB zullen risicofactoren worden opgesteld waar bij de risicobeoordeling rekening mee moet worden gehouden. Andere wijzigingen betreffen de uitbreiding van de definities van de UBO en PEP. Hetgeen overigens nog zijn beslag moeten krijgen bij AMvB.

De VFN heeft op 12 augustus 2016 gereageerd op de Consultatie Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. In haar reactie onderschrijft de VFN het belang van het tegengaan van witwassen en financiering van terrorisme en de belangrijke rol die daarbij is weggelegd voor financiële dienstverleners. Daarnaast gaat de VFN in op de eisen die aan kredietverleners worden gesteld in relatie tot de daadwerkelijke risico’s binnen de sector. De VFN benadrukt dat consumptief krediet naar de aard van het product een laag risico vormt voor witwassen en financiering van terrorisme en verwelkomt de mogelijkheid die blijft bestaan om het vereenvoudigd regime toe te passen. De VFN onderkent echter niet de noodzaak van een risicobeoordeling om vast te stellen of sprake is van een laag risico en wijst op het belang (ook voor de consument) om de administratieve lasten en kosten die deze beoordeling met zich meebrengt zo beperkt mogelijk te houden. Ook pleit de VFN ervoor om de risicofactoren en definities van UBO en PEP die bij AMvB zullen worden bepaald, tijdig vast te stellen.
20160812-reactie-vfn-consultatie-implementatiewet-vierde-anti-witwasrichtlijn

Op 27 februari 2018 heeft de VFN gereageerd op de consultatie Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Met het Uitvoeringsbesluit wordt een nadere invulling gegeven aan de begrippen PEP en UBO. In haar reactie geeft de VFN aan dat in de markt onduidelijkheid bestaat omtrent de aan te merken UBO’s in geval van een stichting administratiekantoor (STAK). De VFN zou hieromtrent graag meer duidelijkheid/een nadere uitwerking in het Uitvoeringsbesluit zien. Daarnaast merkt de VFN op dat de terugvaloptie van het aanmerken van hoger leidinggevend personeel als UBO in de praktijk tot onduidelijkheden kan leiden. De VFN wil in dit kader dan ook graag het belang van de praktische uitvoerbaarheid benadrukken. Een (meer) objectief criterium om vast te stellen wie als ‘pseudo-UBO’ kwalificeert, zou in dit verband kunnen worden overwogen.
Klik hier om de consultatie te bekijken en hier om de reactie van de VFN te bekijken.

Naar aanleiding van de consultatieronde is besloten om meer duidelijkheid te verschaffen over de invulling van de aangegeven begrippen. Het consultatie verslag is hier te lezen.