PAY-OFF

Shadow Banking: kapitaaleisen voor financieringsmaatschappijen

De Europese Commissie heeft in 2012 een “Green Paper” over ‘Shadow Banking’ uitgebracht’. Onder Shadow Banking worden activiteiten verstaan die niet onder het
reguliere prudentiële toezicht vallen.

Op 25 oktober 2012 is door de commissie Economische en Monetaire zaken (ECON) van het Europees Parlement is een rapport uitgebracht over Shadow Banking . Er lijkt hierbij draagvlak te zijn voor een “one-size-fits-all” methodiek, waarbij de strenge kapitaaleisen zoals verwoord in CRD IV op alle financiële instellingen van toepassing worden verklaard.

Het merendeel van de financieringsmaatschappijen trekt geen spaargelden aan en heeft  daarmee een ander risicoprofiel dan algemene banken. De effecten van een eventueel faillissement van een financieringsmaatschappij voor consumenten en bedrijven zijn dan ook niet vergelijkbaar met een bank die spaargelden aantrekt. Bij een eventueel faillissement zullen, door de aard van de contractuele verplichtingen tussen aanbieders en afnemers, contracten in het algemeen gecontinueerd kunnen worden. De funding van financieringsmaatschappijen is veelal afkomstig van algemene banken. Door deze relatie staan de ondernemingen indirect al onder voldoende prudentieel toezicht.

Financieringsmaatschappijen bieden door hun afwijkende risico/rendementprofiel een alternatief voor financiering door banken en zijn daarmee een katalysator van de reële economie. Het verzwaren van kapitaaleisen voor financieringsmaatschappijen zal onherroepelijk leiden tot een verminderde beschikbaarheid van krediet voor consumenten en bedrijven. Hiermee leiden verzwaarde kapitaaleisen, door de directe relatie met bestedingen en investeringen, direct tot een aantasting van het herstelvermogen van de economie.

De Nederlandse regering heeft een genuanceerd standpunt ingenomen, waarbij zij ondermeer stelt dat er een zorgvuldige analyse moet plaatsvinden om vast te stellen welk soort bedrijven onder ‘shadow banking’ vallen en of het CRD IV regime zinvol is voor deze bedrijven.

In Nederland heeft De Nederlandsche Bank (DNB) in november 2012 uitgebreid onderzoek gepubliceerd over Shadow Banking. Eerder onderzoek van de Financial Stability Board (FSB) had uitgewezen dat Nederland na de VS en het VK de grootste Shadow Banking sector van de wereld heeft. Dat valt te verklaren doordat de FSB hierbij uit is gegaan van alle OFIs (Other Financial Intermediairies), excl. pensioenfondsen en verzekeraars. Het onderzoek dat DNB heeft gepubliceerd toont echter een heel ander beeld. Het Nederlandse schaduwbankwezen is omvangrijk, maar met een omvang van 15% in de totale financiële sector veel kleiner dan gedacht.

20120906 Brief VFN aan mevrouw Wortmann-Kool Europees Parlement inzake shadow banking 

Update 2016:
Uit het Global Shadow Banking Monitoring Report 2015 van het Financial Stability Board (FSB) blijkt dat de activa van de Nederlandse OFIs (excl. pensioenfondsen en verzekeraars) in de periode 2011-2014 met 101% van het BBP zijn toegenomen en uitkomen op ruim 800% van het BBP. Als we de omvang van de Shadow Banking sector berekenen op basis van de OFIs, is de Nederlandse sector dus omvangrijk. Het FSB heeft in 2015 echter ook een nieuwe meetmethode geïntroduceerd (op basis van economische functies). Op basis van deze nieuwe methode is de Nederlandse Shadow Banking sector met een omvang van ongeveer 80% van het BBP echter veel beperkter. Bovendien is de Shadow Banking sector in landen als Ierland, Duitsland, Japan en Frankrijk op basis van deze methode groter dan in Nederland en beschikt Nederland dus niet langer over de derde grootste Shadow Banking sector (na de VS en het VK).

DNB bepaalt de omvang van de Nederlandse Shadow Banking sector echter nog een stuk lager. Volgens het DNB-rapport: ‘Scherper licht op financiële stabiliteitsrisico’s van het schaduwbankwezen‘ uit 2015, bedraagt het Nederlandse schaduwbankwezen € 207 mld., oftewel 1% van het mondiale bankwezen.  Het is daarmee ‘aanzienlijk kleiner dan eerdere schattingen lieten zien’, aldus DNB. Het aandeel van financieringsmaatschappijen in het Nederlandse schaduwbankwezen is volgens het DNB-rapport beperkt ( 16 mld.), ‘waardoor de risico’s voor de financiële stabiliteit gering zijn’. Een verklaring voor deze beperkte omvang moet volgens DNB gevonden worden in het feit dat de meeste Nederlandse financieringsmaatschappijen (90%) buiten het schaduwbankwezen vallen omdat ze onderdeel zijn van een bank en dus onder het bankentoezicht vallen. De in opkomst zijnde alternatieve kredietplatforms zoals crowdfinance en kredietunies vallen volgens DNB wel binnen het schaduwbankwezen.

Ondanks hun beperkte omvang bepleit DNB een rapportageplicht voor platforms, ‘zodat de ontwikkeling en rol van deze nieuwe financieringsvorm voor de economie inzichtelijker wordt‘.

Met betrekking tot de rapportageplicht stelde de Minister van Financiën in antwoord op van vragen van de VVD- en SP-fractie:
Wat betreft crowdfunding zal DNB voor haar rapportageverplichting gebruik maken van de monitoringsgegevens van de AFM. Dit levert voor de crowdfundingplatformen geen aanvullende lasten op ten opzichte van de bestaande monitoringsverplichtingen. Er zal geen separate verplichting worden opgelegd. Mocht DNB aanvullende gegevens nodig hebben, dan zullen deze in de bestaande verplichtingen worden ondergebracht.
Voor kredietunies die opvorderbare gelden willen aantrekken, is per 1 januari 2016 een nieuw regelgevend kader in werking getreden. Onderdeel van dat regelgevend kader is een rapportageverplichting die inhoudt dat vergunningplichtige kredietunies maximaal tweemaal per jaar gegevens verstrekken die voor het prudentieel toezicht noodzakelijk zijn. Hierdoor is DNB tevens in staat om relevante ontwikkelingen te monitoren.’  (Bron: Kamerstuk 32 013, nr. 125)