PAY-OFF

Wet transparant toezicht financiële markten

Op 20 juni 2016 is de internetconsultatie Wet transparant toezicht financiële markten gepubliceerd.

Doel van de regeling (Volgens het Ministerie van Financiën)
Het concept wetsvoorstel beoogt een transparanter toezicht op financiële markten mogelijk te maken door een viertal wijzigingen van Afdeling 1.5.2 van de Wet op het financieel toezicht:

  1. Een uitbreiding van de mogelijkheden van de toezichthouders om een openbare waarschuwing uit te vaardigen.
  2. Een bevoegdheid voor AFM en DNB om namen van afzonderlijke instellingen te noemen wanneer zij resultaten van themaonderzoeken naar de mate van naleving en risico’s voor de naleving, bekend maken.
  3. Een mogelijkheid voor de toezichthouders om te kunnen reageren op mededelingen van instellingen over het toezicht.
  4. Een grondslag voor DNB om bij amvb aan te wijzen kerncijfers van banken te publiceren. Het voornemen bestaat om de bevoegdheden 2 en 3 ook in de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling op te nemen, voor zover deze daar nog niet in zijn opgenomen.

Wat is de aanleiding? (Volgens het Ministerie van Financiën)
Aanleiding voor de voorgestelde wijzigingen is een breed levende behoefte aan meer transparantie ten aanzien van de prestaties van marktpartijen en de werkzaamheden van de toezichthouders. Omdat de mogelijkheden van de toezichthouders om openheid te geven over hun werkzaamheden wettelijk zijn begrensd, hebben zowel de AFM als DNB in hun wetgevingsbrief 2015 aangegeven dat zij in bepaalde gevallen graag meer bevoegdheden zouden hebben om informatie over het toezicht openbaar te maken. De regering erkent deze behoefte en onderschrijft de wens om daar waar mogelijk transparant te zijn over het toezicht dat op de financiële sector wordt uitgeoefend.

Wat is het probleem? (Volgens het Ministerie van Financiën)
De Wft en andere wetgeving op het gebied van de financiële markten bieden de toezichthouders een aantal specifieke grondslagen voor het openbaar maken van informatie, deze zijn echter niet in alle gevallen toereikend. Specifiek zijn er op dit moment allereerst onvoldoende mogelijkheden om consumenten effectief te waarschuwen tegen het handelen van bepaalde financiële ondernemingen. De toezichthouders kunnen op dit moment alleen waarschuwen bij geconstateerde overtreding van bepaalde zware overtredingen van de Wft, zoals het aanbieden van producten of diensten zonder vergunning. In de praktijk blijkt echter dat het instrument van de waarschuwing of de verklaring vaker nuttig zou zijn om schade voor derden te voorkomen.

Verder is het wenselijk dat de mogelijkheden van de toezichthouders om te reageren als er informatie over het toezicht naar buiten komt helder worden geregeld. In de praktijk is het ontbreken van een regeling hierover een belemmering voor daadkrachtig en adequaat optreden om het publiek volledig en juist te informeren.

Een ander belangrijk nadeel van de huidige regeling is dat voor de toezichthouders de mogelijkheid ontbreekt om instellingen bij naam te noemen en te vergelijken bij de openbaarmaking van onderzoeksresultaten. Dit is te meer van belang nu het financieel toezicht zich ontwikkelt naar een gedeeltelijk risico-gestuurd toezicht waarbij thema-onderzoeken een belangrijke rol spelen.

Wat vindt de VFN hiervan?
De VFN is in algemene zin voorstander van transparantie en openheid en kan zich dan ook vinden in het algemene uitgangspunt (transparanter toezicht) van het wetsvoorstel.

De VFN staat in dit kader dan ook positief tegenover het 3e en 4e wijzigingsvoorstel.

Volgens de VFN dreigen financiële instellingen op basis van het eerste wijzigingsvoorstel voor openbare waarschuwingen afhankelijk te worden van een belangenafweging van de AFM. Dit is een onwenselijke situatie die risico’s voor financiële instellingen met zich mee kan brengen.

De bevoegdheid voor AFM en DNB om namen van afzonderlijke instellingen te noemen bij resultaten van themaonderzoek heeft volgens de VFN iets weg heeft van ‘naming and shaming’, waarbij afzonderlijke instellingen openlijk langs een door de AFM ontworpen meetlat (de themaonderzoeken) kunnen worden gelegd. De toezichthouder had op basis van de themaonderzoeken al de mogelijkheid om informele normen te stellen (die verder voeren dan wet- en regelgeving) en kan deze op basis van voorliggend wijzigingsvoorstel nu ook gebruiken om partijen publiekelijk te kapittelen.

20160729-reactie-vfn-consultatie-wet-transparant-toezicht-financiele-markten